Filter op onderwerp
Een oud-reglement van het smeden-ambacht te Weert: 1525′.
Auteur(s): N.N.
Herkomst: Het Kanton Weert : Nieuws- en Advertentieblad 26 (22 december 1894 nr. 51) p.1, 27 (9 februari 1895 nr. 6) p.1
Samenvatting: Integrale transcriptie en vertaling van het reglement van het smedenambacht voor Weert, gegeven door Jacob III, graaf van Horn en heer van Weert op 13 januari 1525, aangevuld in 1565 en 1575.
‘Het voormalig schoenmakersgilde te Weert’.
Auteur(s): N.N.
Herkomst: Het Kanton Weert : Nieuws- en Advertentieblad 27 (12 januari 1895 nr. 2) p. 1, (19 januari 1895 nr. 3) p.1, (26 januari 1895 nr. 4) p.1
Samenvatting: Integrale weergave van het octrooi en reglement van het schoenmakersambacht, gegeven door Magdalena van Egmont, prinses van Chimay en vrouwe van Weert te Brussel op 23 maart 1633 op verzoek van de dekens en meesters van het ambacht. Om lid te kunnen worden, moet men katholiek en inwoner van Weert of Nederweert zijn.
‘De oprichting en het reglement van het cremersgilde te Weert in 1652’.
Auteur(s): J[an] Henkens
Herkomst: De Maasgouw: tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en oudheidkunde 73 (1954) 49-56.
Samenvatting: Het Sint-Nicolaas- of kramersgilde, formeel opgericht en gereglementeerd door Magdalena van Egmont, prinses van Chimay en vrouwe van Weert en Nederweert was bestemd voor kramers, kooplieden en winkeliers. Onder vetwaren werd o.m. spek, ham, kaarsen en boter verstaan. Het poorterschap was een voorwaarde voor lidmaatschap.
‘Lakenbereiders van Weert’.
Auteur(s): G.C.A. Juten
Herkomst: Taxandria : tijdschrift voor Noordbrabantsche geschiedenis en volkskunde 43 (1936) 111-112.
Samenvatting: Schepenbrief uit 1476 waarbij een overeenkomst gesloten wordt tussen een inwoner van Bergen op Zoom en Weerter werkmeesters van het gewandmakers- of wolambacht voor het huren van een hal in de Hoogstraat te Bergen gedurende een beperkte tijd.
‘De textielnijverheid in Weert’.
Auteur(s): A.D.A. Monna
Herkomst: Studies over de sociaal-economische geschiedenis van Limburg 15 (1970) 29-49.
Samenvatting: Tot nu toe de enige en gedegen studie over de lakennijverheid, die voor Weert van groot belang was. Beschreven wordt de periode vanaf 1378 tot 1850 met nadruk op de 16e en 17e eeuw. De invloed van de Tachtigjarige Oorlog op de nijverheid wordt beschouwd. Met behulp van de weinig bewaard gebleven werkmeestersrekeningen en burgemeestersrekeningen worden bescheiden conclusies ten aanzien van de ontwikkeling van de lakennijverheid getrokken.
‘Het oude Weerter wolambacht en zijn lakenhallen in Bergen op Zoom en Antwerpen’.
Auteur(s): Jan Henkens
Herkomst: Weert in woord en beeld: jaarboek voor Weert 1986 1 (1986) 43-54.
Samenvatting: Na een inleiding over het gildenwezen volgt een opsomming van Weerter gilden of ambachten, schutterijen en broederschappen. Daarna wordt de geschiedenis van het lakenambacht aangestipt, voornamelijk gebaseerd op A.D.A. Monna. Ten slotte wordt aandacht besteed aan de historie en eigenaren van de Weerter lakenhuizen. De ‘Halle van Weert’ in Bergen op Zoom vanaf 1476 tot de oorlogsvernietiging in 1747 wordt eerst beschreven. Verkoop vond plaats in 1610. Vervolgens komt de ’Halle van Weert’ en de ‘Stadt Weert’ in Antwerpen aan de beurt vanaf 1513 tot 1975. Verkoop van de twee panden vond plaats in 1640 en 1719/1720. Deze huizen zijn thans onderdeel van het Jordaenshuis.
‘Oude munt van Weert [1566]’.
Auteur(s): J.A. Hoens
Herkomst: De Maasgouw: orgaan voor Limburgsche geschiedenis, taal- en letterkunde 30 (1908) 16.
Samenvatting: Betreft een koperen duit, waarvan een penning voor het lakengilde is gemaakt.
Twee oorkonden over Weert’.
Auteur(s): N.N.
Herkomst: De Maasgouw: weekblad voor Limburgsche geschiedenis, taal- en letterkunde 3 (1881) 598-599.
Samenvatting: De tweede oorkonde betreft een transcriptie van een vrijgeleide (1584) van Willem van Oranje - ondanks verbod - voor de export van lakens vanuit Weert naar Antwerpen en andere plaatsen onder het gezag van de Staten-Generaal en van daaruit wol en kaarden te mogen meenemen.
‘De Leveroyse watermolen’.
Auteur(s): Cor Tubée
Herkomst: De Maasgouw: tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en oudheidkunde 123 (2004) 105-110.
Samenvatting: Geeft een historisch overzicht over deze molen aan de Tungelroysebeek vanaf de 13e eeuw tot de afbraak in 1877. Aandacht wordt geschonken aan eigenaren en pachters. Een technische beschrijving uit 1856 wordt weergegeven.
‘Uit het West-Limburgsche molenland’.
Auteur(s): W. Lenaers
Herkomst: De Nedermaas: Limburgsch geïllustreerd maandblad 7 (1930) 77-80, 94-96.
Samenvatting: Betreft de volledige weergave van een lofzang op Jac van Aken, die de - thans verdwenen - windmolen tussen 1817 en 1820 oprichtte. De molen was gelegen aan de Langpoort in het Driesveld (gehucht Altweert), thans Stationsstraat omtrent huidig restaurant Azië. Later Clercx-molen genoemd naar de latere eigenaren. Verder worden enkele persoonlijke gegevens over de molenaar vermeld en enige historische punten uit de ode toegelicht. Het oude liedje waarop de auteur doelt, is bekend. Het voorval speelde in de Zevenjarige Oorlog en wordt aangehaald op blz. 88 van het artikel. Bevat ook gegevens over verdwenen Nederweerter molens.
‘Croon, Jan van der [Corona, Croen, Crona, Lacron, La Cron, von der Kron, Johann (Jan, Jean) Freiherr de la]’.
Auteur(s): Bernd Warlich
Herkomst: Der Dreizigjährige Krieg in Selbstzeugnissen, Chroniken und Berichten.
Samenvatting: Biografische schets over Jan van der Croon tijdens de dertigjarige oorlog. Zie: https://www.30jaehrigerkrieg.de/croon-jan-van-der-corona-croen-crona-lacron-la-cron-von-der-kron-johann-jan-jean-freiherr-de-la-2/
‘Jan van Weert, generaal der Beijersche en keizerlijke kavallerie en Jan van der Croon, goeverneur van Praag en onderkoning van Bohemen.
Auteur(s): Jozef Habets
Herkomst: Eene bijdrage tot de geschiedenis van den Dertigjarigen Oorlog’. (Roermond 1862), pp. 176. Zie: https://tinyurl.com/mr3n27j3
Samenvatting: Aan iedere verwarring tussen de niet-Weertenaar Jan van Weert of Werth en de Weertenaar Jan van der Croon of De la Croon wordt een eind gemaakt. De 54 bladzijden omvattende biografie van Jan van der Croon is slechts ten dele verouderd. Deze is te vinden in het tweede deel van het boekwerk.